Gisteren werd ik door vrienden getipt dat er bij hen in de tuin jong ransuilen in de boom zaten. Dus de telelens op de camera geschroefd en er heen gegaan. Eerst zagen we er twee en na een tijdje bleken er 4 jonge ransuilen in de boom te zitten. Wat leuk om de donzige takkelingen te zien.
De jonge Ransuil zijn opvallend anders dan volwassen ransuilen — en in deze tijd van het jaar hoor je ze vaak eerder dan dat je ze ziet.
Hoe zien jonge ransuilen eruit?
Ze hebben eerst een dikke, lichtgrijze donslaag en lijken bijna “pluizige bolletjes”. Hun karakteristieke “oren” (de lange veerpluimen) zijn nog klein of nauwelijks zichtbaar.
Naarmate ze ouder worden krijgen ze een warmer bruin verenkleed met donkere strepen.
Wat doen ze nadat ze uit het nest komen?
Ransuilen bouwen meestal geen eigen nest, maar gebruiken oude kraaien- of eksternesten. De jongen verlaten het nest vaak al vóór ze echt kunnen vliegen. Ze klimmen dan door takken heen en zitten verspreid in bomen rondom het nest.
Dat heet “branching”, ze zijn dus niet per se uit het nest gevallen als je ze laag in een boom ziet zitten.
Het geluid van jonge ransuilen
Het bekendste geluid is een hoog, piepend bedelroepje:
“psieeh… psieeh…”
Dat hoor je vaak ’s avonds en ’s nachts, soms wekenlang terwijl de ouders voedsel brengen.
Wat eten ze?
De ouders voeren vooral: woelmuizen, veldmuizen, soms kleine vogels
Een nest met jongen verraadt zich vaak door braakballen onder de boom.
In Nederland broeden ransuilen vrij verspreid, ook in dorpen en stadsranden met bomenrijen of kleine bosjes. Rond mei–juni zijn de jongen het makkelijkst te horen.





